
Instellingstijd
Ik trof hem aan op de rand van zijn bed. Wachtend, al leek hij niet goed te weten waarop. In het licht dat vanuit de gang zijn kamer in scheen, zag ik dat de grond nat was. Godzijdank was hij niet uitgegleden over het plasje dat daar terechtgekomen was. Een tijdje geleden was dat wel




