Ik trof hem aan op de rand van zijn bed. Wachtend, al leek hij niet goed te weten waarop.
In het licht dat vanuit de gang zijn kamer in scheen, zag ik dat de grond nat was. Godzijdank was hij niet uitgegleden over het plasje dat daar terechtgekomen was. Een tijdje geleden was dat wel gebeurd. We hadden dat als nachtdienst niet in de gaten gehad. Begeleiders vonden hem in de ochtend op de grond, met zijn hoofd kapot. Sindsdien heeft hij een sensor. Die geeft die bij de centrale een seintje als hij uit bed komt, zodat we op hem kunnen inspelen. Zoals afgelopen nacht.
Hij zat met zijn handen in zijn schoot te wiegen met zijn blik op oneindig. Een meneer met downsyndroom, al op leeftijd en de wereld steeds minder goed begrijpend. Zijn pyjamabroek was nat en ik rook ontlasting.
Ik stak mijn hand uit. ‘Jan, kom je even staan?’
Hij pakte mijn hand, liet meteen weer los en duwde me weg.
‘Ik doe even de lamp aan, Jan.’
We knipperden allebei even onwennig met onze ogen en hij werd wat alerter. Ik pakte een schone pyjama en hield deze omhoog.
‘Kijk, we gaan verschonen.’ Om hem wat tijd te geven om zich te realiseren wat ik van hem wilde, maakte ik de grond alvast schoon en droog.
Daarna probeerde ik het opnieuw. ‘Kom je staan? Kom maar, Jan.’
Opnieuw duwde hij me weg, iets harder nu. Ik haakte mijn arm in die van hem en probeerde hem omhoog te krijgen van het bed. Hij verzette zich met alle macht en verfrommelde zijn gezicht.
Hebben we dit niet allemaal af en toe? Even tijd nodig om een volgende stap te zetten? Zeker als we iets moeten doen wat we minder leuk vinden?
We noemen dit instellingstijd, en Jan bleek veel instellingstijd nodig te hebben. Om te begrijpen wat de bedoeling was en om dit te vertalen naar de bijbehorende handelingen.
Ik besloot even de ruimte uit te gaan. Ik wilde voorkomen dat we in een strijd zouden komen. Het zou de verzorging moeilijker maken en Jan zou mogelijk de slaap niet meer kunnen vatten. Ik moest geduld met hem hebben.
Het was misschien een beetje raar om hem daar zo te laten zitten, maar de vloer was droog, hij zou niet uitglijden.
Na een pauze van tien minuten liep ik opnieuw zijn kamer in. Toen ik mijn hand uitstak stond hij op en liet zich verzorgen. Het kwartje was gevallen.