In principe slapen de cliënten en het grootste gedeelte van mijn bezigheden bestaat uit mensen helpen met de toiletgang en verschoning. Toch zijn er ’s nachts genoeg momenten waarbij ik iets voor iemand kan betekenen. Bijvoorbeeld iemand geruststellen tijdens onweer, piekeraars een luisterend oor bieden of delen in de voorpret van een aankomende verjaardag. We lopen extra binnen bij degenen die niet fit zijn en monitoren epileptische insulten. En dan zijn er ook nog de nachtvlinders die tot leven komen als iedereen slaapt. Er is meer contact met cliënten dan je zou denken.

Afgelopen zaterdagnacht hing de warmte overal nog binnen en kreeg ik via de centralist door dat Marco erg onrustig was. Ik was nog nooit eerder bij Marco uitgekomen, hij meldt zich niet vaak.

Ik kwam aan bij de woning en hoorde overspannen kreten. Toen ik  zijn kamerdeur opende viel hij stil, de warmte benam me de adem.

  ’Poeh, warm hé, jongen? Ik doe even een beetje licht aan, oké?’

Het lampje boven zijn wastafel verspreidde net genoeg licht om hem goed te kunnen zien. Marco is meervoudig beperkt en lag in een orthese. Een dikke schuimrubberen mal van zijn lichaam die hem helpt om in een goede houding te liggen. Hij droeg een hemd met daar overheen een katoenen slaapzak. Hij sloeg wild met zijn armen door de lucht. Zweet liep in straaltjes over zijn gezicht en drupte in zijn hals. In zijn ogen dacht ik paniek te zien.

Ik deed zijn ventilator aan, gooide zijn slaapkamerdeur open en controleerde de ramen.  Helaas,  er konden maar twee bovenlichten open. Daar was niet veel te halen.

´Wil je wat water?’ Hij sperde zijn ogen wijdopen en drukte zijn heupen omhoog. Ik checkte onder zijn billen of het nat was, had hij misschien een schone inco nodig? Dat bleek niet het geval, dus ik vulde een tuitbeker die hij gulzig leegdronk.

De slaapzak en het natte hemd gingen uit. Ik friste hem op met koude washandjes, droogde hem af en gaf hem een schoon hemd.

‘Wil je je slaapzak aan?’ Nauwelijks zichtbaar schudde hij zijn hoofd.

In zijn kast vond ik een dekbedovertrek. ‘Deze over je heen?’

Weer de subtiele hoofdbeweging. ‘En de ventilator, moet die aanblijven?’

Nee. Die moest uit.

‘Nog wat drinken?’  Opnieuw gooide hij zijn lichaam in de strijd, hoger nu.  Inmiddels had ik van een collega via de portofoon bevestigd gekregen dat hij op deze manier ‘ja’ zei.

We beschikken gelukkig van iedereen over gedetailleerde informatie.

Twee bekers water later oogde hij ontspannen. Ik vond het moeilijk om hem zo achter te laten, maar ik moest verder.

‘Marco, ik ga nu. Maar ik kom straks terug om te kijken of alles goed is, oké?’

Hij duwde zijn bekken omhoog

Ik legde even kort mijn hand op zijn schouder. ‘Ga maar lekker slapen.’

Twee uur later keek ik voorzichtig om het hoekje. Hij sliep. Zijn armen lagen ontspannen op zijn buik, zijn vingers losjes gekruld. Hij snurkte zachtjes. Tevreden sloot ik de deur. Buiten regende het, verkoeling was onderweg.

Scroll to Top