Ik liep van de week tijdens mijn nachtdienst buiten met een nieuwe collega, het was volle maan en heel even stonden we stil om ernaar te kijken.
‘Mooi he?’ ‘Ja… Heb je weleens een vallende ster gezien tijdens je werk?’ ‘Nee, we hebben niet veel tijd om omhoog te kijken.’ ‘Ik heb er nog nooit een gezien.’
Ik begon te vertellen, over dat er elk jaar in augustus sprake is van de Perseïden, een extreme hoeveelheid vallende sterren, eigenlijk een meteorietenregen. Over kampeernachten in Frankrijk, in een gammele stoel, achteroverleunend met een lauw, regionaal drankje in mijn hand, genietend van het spektakel in de donkere, Franse berglucht.
Ik zocht voor haar op wanneer de piek van de Perseïden dit jaar valt. Dat blijkt in de nacht van 12 op 13 augustus te zijn, tijdens haar kampeervakantie in Frankrijk. Ik wenste haar veel plezier.
Een dag later, was daar nóg een herinnering. Aan Harrie, die mij lang geleden tijdens een slaapdienst wakker maakte door zachtjes aan mijn arm te trekken.
‘Ze zijn er helemaal niet.’
Geen idee waar hij op doelde zei ik: ’Er komt nu niemand, het is nacht.’
‘Dat weet ik ook wel, dat bedoel ik niet.’
Ik schoot overeind en wreef verbaasd in mijn ogen. Het was niets voor hem om mij ‘s nachts te wekken.
‘Sorry, wat bedoel je dan?’
‘De weerman zei: heel veel vallende sterren. Ik kijk al de hele tijd, ik zie niks hoor.’
Mijn eerste reactie was om hem terug naar bed te sturen, maar de teleurstelling op zijn gezicht maakte dat ik iets anders deed.
‘Oké. Schoenen aan, dan gaan we naar buiten.’
Vol ongeloof zei hij: ‘Echt?’
‘Ja, we gaan buiten kijken.’
Dit liet hij zich geen twee keer zeggen en hij vloog de trap op om zijn schoenen aan te doen.
Hij vond het maar wat spannend om naar buiten te gaan en pakte mijn hand. In de tuin namen we plaats op twee plastic stoeltjes en niet lang daarna zagen we de eerste lichtflits en direct daarna de volgende.
‘Kijk, daar is er nog een!’
Met open mond keek Harrie omhoog. Hij had niet eens in de gaten dat ik even weg was om warme melk voor ons te maken. Na een klein uurtje kregen we het wat koud en zochten we ons bed weer op. Harrie had het daarna nog lang over de vallende sterren, glunderend van oor tot oor.
In de gehandicaptenzorg hebben we het regelmatig over ‘klein kijken’. Dat is nodig om de wereld te kunnen zien zoals de persoon met de verstandelijke beperking, om kleine succesjes en eenvoudige dingen op te merken, omdat die vaak voor hen heel groot zijn, als lichtpuntjes in het donker. En om samen te genieten van kleine dingen, zoals kijken naar vallende sterren op een plastic stoeltje, met warme melk met honing. Het was bijna net zoals op de camping.