Ze wil desgevraagd niet stemmen. Er mag niemand met haar mee het stemhokje in, of beter gezegd: dat mág wel, maar dat moet je aanvragen en dat geeft gedoe. Ze heeft een hekel aan gedoe. Dus ze ziet er vanaf.

Stemmen is voor mensen met een licht verstandelijke beperking vaak niet zo eenvoudig. Een paar jaar geleden werkte ik ergens waar de eigen regie van de client hoog in het vaandel stond. Meedoen aan verkiezingen hoorde daarbij. Alleen Willem had daar interesse in.

In de weken voor de verkiezingen bespraken we allerlei actuele onderwerpen met hem. Hoewel Willem in zijn beschermde woonomgeving niet direct iets te maken had met de meeste thema’s, bleek hij een sterke mening te hebben. Soms goed beredeneerd, soms vanuit rechtvaardigheidsgevoel.

We vulden een paar stemwijzers in en het werd duidelijk waar hij op wilde stemmen: Groen links, en het moest een vrouw zijn, want er mochten meer vrouwen in de tweede kamer, volgens Willem. Op de kieslijst keek ik met hem naar de eerste vrouw op de lijst van Groen Links en ik wees het vakje aan.

‘Dit rondje moet je inkleuren’

Hij knikte plechtig. Hij had het begrepen.

Op de verkiezingsdag liep ik met hem het stemlokaal in. Wachtend in de rij keek hij een paar keer zenuwachtig opzij.

Ik legde uit hoe het werkte: ‘Je geeft je stempas aan een van die mensen die daar zitten, en dan laat je je ID kaart zien.’

Hij knikte.

‘En dan krijg je net zo’n lijst als thuis en dan kleur je het rondje rood. Daarna vouw je de lijst op en die stop je in de kliko met die brievenbus in het deksel.’

Hij keek me wat wezenloos aan.

‘Lukt dat, denk je?’

‘Ik weet het niet.’

‘Ik loop wel met je mee naar die mensen, goed?’

De zenuwen liepen steeds hoger op en Willem blokkeerde toen hij het stembiljet kreeg. Met trillende handen stond hij stil voor het stemhokje. Dit zou wat tijd gaan kosten, gelukkig waren we de laatste in de rij.

Ik pakte hem zachtjes bij zijn arm: ‘Ga maar naar binnen.’

‘Ik weet niet meer wat ik moet doen, welke is Groen Links?’

We liepen naar een tafel en ik wees het juiste rondje aan. ‘Kijk, deze was het.’

‘Het zijn er zoveel. Ga je even met mij mee, alsjeblieft?’

‘Dat mag ik niet, lieverd. Dit moet je zelf doen.’

Terwijl we aan het praten waren kwam er een vrijwilliger van het stembureau naar ons toe en tikte op mijn schouder. ‘Doe het hier maar even, er is verder niemand.’

Hij legde een pen op tafel.

‘Hier zal het wel mee lukken, denk ik. Als jij jezelf even omdraait terwijl hij het biljet invult praten we nergens over, oké?’

Niet lang daarna liepen we naar buiten. Willem opgelucht en trots, en ik stiekem een beetje ontroerd.

Scroll to Top