De plaatselijke drumband opende de middag, er was de hele middag live muziek, slagroomgebak, chips en nootjes en tot slot een buffet. Dit alles georganiseerd door zijn familie. De jubilaris had de tijd van zijn leven en zat de hele middag met een microfoon in zijn hand tegenover de zanger/toetsenist en zong uitbundig mee met alle liedjes.Twee big shoppers met onuitgepakte kadootjes aan zijn voeten.

Het was gezellig druk. De hele familie, begeleiders van dagbesteding en de woning, oud-begeleiders, huisgenoten en andere bekenden waren gekomen om deze mijlpaal te vieren.

Ik bleef tot de laatste frietjes op waren en bracht de voldane en verzadigde cliënten mee naar de overkant van de weg, terug naar hun huis.

Is het eigenlijk gek om te vieren dat je al vijftig jaar op een instellingsterrein woont? Is dat juist niet verschrikkelijk?

In de jaren negentig vond men van wel. Mensen met een verstandelijke beperking moesten deelnemen aan de maatschappij en niet weggestopt ergens op een kluitje wonen.

Iedereen integreren, instellingsterreinen opheffen, dat was de visie.

De zorginstelling waar ik werk heeft de wijk naar zich toegehaald: tussen groepswoningen zijn huizen gebouwd voor mensen zonder beperkingen. Buurtbewoners zijn daardoor bekend met onze doelgroep, een groot voordeel. Want integreren bleek niet voor iedereen mogelijk. Dat lag meestal aan de mate van beperking en een maatschappij die daar niet op ingericht is, hoe graag we dat met zijn allen misschien ook zouden willen.

Joop liep na het feest met me mee terug.

´Hoe lang woon ik al hier, Alida?’

‘Oei, dat weet ik niet, Joop. Al heel lang.’

Al eerder schreef ik over Joop, onze Grote Vriendelijke Reus. Een grove man met handen als kolenschoppen en een bulderende stem.

Joop zwerft graag rond, spreekt vreemden aan of staat plotseling stil en houdt met gebalde vuist een heel betoog over wat hem bezighoudt, tegen niemand in het bijzonder, meer tegen zichzelf.

Hij doet graag zelfstandig boodschappen in ‘ons’ supermarktje aan de overkant. Dan heeft hij een boodschappenlijstje van de groep, maar neemt soms ook stiekem andere dingen mee, die we hem daarna terug laten brengen. Potten appelmoes, limonade, pakken suiker. Het is maar net waar zijn aandacht op gericht is.

In het winkeltje is bekend dat hij dat doet en het is oké dat hij dat later weer terugbrengt.

De beschermde omgeving maakt het mogelijk dat Joop deze bewegingsvrijheid heeft en dat hij zichzelf kan zijn.

Ik beloof aan Joop dat ik uit zal zoeken hoe lang hij al in de instelling woont.

‘Waarom wil je dat weten Joop? ‘Wil jij ook zo’n feest?’

Hij lacht en wrijft in zijn kolossale handen. ‘Ja!’

Wat hem betreft is lang wonen op een beschermd terrein overduidelijk wél een feestje waard.

Scroll to Top