Er is een nieuwe cao voor de gehandicaptenzorg. Een proces wat zich bijna geruisloos heeft voltrokken. Waar in het ziekenhuis afgelopen weken gedreigd werd met CAO stakingen, hoor je de gehandicaptenzorg nooit. Waarom zijn we eigenlijk zo stil? Deze vraag deed me denken aan een gesprekje dat ik laatst had met Karel. Het was ochtend en ik hielp hem tijdens het douchen.

‘Wat wil jij worden, Alida?’
‘Nou, ik ben toch al iets? Ik zorg voor jou. Kom je eruit?”
‘Ik bedoel, wat wil jij écht worden?’
Ik geef hem een handdoek, zelf heb ik er ook een en samen beginnen we met afdrogen, Karel zijn gezicht, haren en buik. Ik de rest.
‘Voor jou zorgen, is dat niet echt iets dan?’
Karel haalt zijn schouders op, zijn slungelige armen wiebelen. ‘Mwa, weet ik niet, hoor.’
‘Ik vind wel dat ik iets ben, zorgen voor anderen is belangrijk werk.’
Hij houdt zijn hoofd een beetje scheef: ‘Krijg je daar veel geld voor?’
Ik schiet in de lach..’Niet heel veel.’
‘Maar je hebt wel een auto.’
‘Ja, ik heb wel een auto.’
‘En een huis.’
‘Ja, ook een huis.’
HIj humt goedkeurend. ‘En boodschappen?’
‘Wat bedoel je, of ik geld heb voor boodschappen?’
‘Ja, voor eten.’
‘Ja.’
‘En voor vakantie?’
‘Ja.’
‘Dan heb je toch genoeg?’
‘Ja, dat is zo. Maar, wat ben ik dan volgens jou?’
‘Een mama.’ Zijn bruine ogen twinkelen. Hij is zichtbaar tevreden met mijn nieuwe functie.

Een beetje geraakt droog ik zijn rug af. Ondertussen check ik de conditie van zijn huid. Karel heeft af en toe last van eczeem. Er zitten een paar plekjes boven zijn billen.

Voordat ik de zalf heb gepakt, is hij de badkamer al uit.

‘Karel, wacht even.’
Hij kijkt achterom. ‘Hoeft niet, helpt toch niet.’
‘Jawel, moet wel.’ Ik pak handschoenen, de zalf en zijn scheerapparaat. ‘Hier. Jij scheren, ik smeren.’
Nu is het zijn beurt om in de lach te schieten. ‘Haha, scheren is toch jouw werk? Jij moet dat doen.’ Ondanks dat pakt hij het scheerapparaat aan en aait ermee over zijn kin.

Mijn gedachten dwalen even af. Zoals vaker geeft Karel mij stof tot nadenken.
Wat ben ik in de ogen van Karel en de anderen? Zij zijn mijn werk, maar hoe koud en afstandelijk klinkt dat eigenlijk? Maar een mama?  Ik ben geen moeder, geen familie.

Dus wat ben ik? Ik besluit dat als hij mij een mama vindt, ik voor hem een soort mama zou kunnen zijn. Eentje die geld heeft voor een auto, een huis, boodschappen en af en toe een vakantie. En dat is genoeg.
Misschien staken wij daarom niet?

Scroll to Top