Het is vaak onhygiënisch, je hebt op sommige groepen dagelijks te maken met kwijl en uitwerpselen. Cliënten komen dichtbij, willen op schoot of knuffelen, vaak met snotneuzen en vieze handen. Werkkleding zou misschien niet zo gek zijn, maar daar is een visie op. Die is begin jaren zeventig ontstaan na de Dennendal revolutie en heel bepalend voor de gehandicaptenzorg in Nederland: Onze mensen zijn niet ziek, ze zijn verstandelijk beperkt. Ze zijn bewoners, geen patiënt. Dit is hun thuis, geen ziekenhuis. Een uniform schept afstand en we streven naar nabijheid. Daarom dragen wij geen werkkleding. Dit even ter inleiding op het gesprekje dat ontstond naar aanleiding van het nieuws.

Samen met een paar cliënten zag ik hoe Zelensky, in the Oval Office, aangepakt werd door een stelletje pestkoppen. Ze konden niet vatten waar het precies over ging, toch deed het iets met hen. Ondanks hun gebrek aan politieke kennis voelden ze direct de onaangename sfeer tijdens dat gesprek.

Karel wees naar de tv. ‘Weg!’
Hij heeft een hekel aan de televisie. Als het aan hem ligt, staat er dag en nacht muziek aan. Hij boog voorover en greep naar de afstandsbediening.
‘Nee, ik wil het nieuws zien.’ zei Jenny. Ze zat naast Karel en hield hem tegen.
Pieter vluchtte naar zijn kamer, zoals altijd ging hij spanningen uit de weg. Die kunnen ook door het nieuws ontstaan.
‘Die Trump heeft wel een hele grote mond,’ zei Pim. ‘Ik ben voor Oekraïne.’
‘Waar gaat het precies over?’ vroeg Jenny.
‘Nou, het gaat eigenlijk over geld en vrede,’ zei ik om het makkelijk te maken. ‘Maar volgens mij zijn ze de draad een beetje kwijt.’
‘Nou, nogal.’ zei Pim.
‘Ze moeten een nieuw klosje kopen en opnieuw beginnen,’ lachte Jenny.

Collega Mo kwam de huiskamer binnen. ‘Ik vind het de eigen schuld van Zelensky. Die wil helemaal geen vrede.’
Pim en Jenny protesteerden. ‘Hoezo?’
‘Nou, kijk hoe hij erbij zit. Ik snap dat ze daar iets van zeggen.’
‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik.
‘Hij gaat op bezoek bij de president van de Verenigde Staten, het machtigste land van de wereld. En dan komt hij in zijn trainingspak.’
‘Nou en,’ zei Jenny. ‘Hij hoeft toch geen uniform aan? Je loopt zelf ook in je trainingspak. Hoef ik dan ook niet naar jou te luisteren?’

(namen zijn gefingeerd.)

Scroll to Top