Meta zegt dat het geen informatie ophaalt uit de appjes met onze dierbaren, maar ik vertrouw dat niet helemaal. Ik heb een tijdje geleden een formulier ingevuld dat moet voorkomen dat Meta aan de haal gaat met de content op mijn Facebook en Instagram. Dat moest voor een bepaalde datum en wie zweeg stemde toe. Een methode die ik op zijn zachtst gezegd minder sympathiek vind.

Ik heb inmiddels echt geen idee welke informatie over mij op internet rondzwerft, ik krijg daar een beetje de kriebels van.

Ik heb de Googlepay app van mijn smartphone gehaald. Ik vind het toch niet echt een fijn idee dat Google precies weet wat ik doe met mijn geld. Google weet precies wat ik opzoek en waar mijn interesses liggen, met wie ik mailcontact heb, en weet ik veel wat allemaal nog meer. Mijn locatie staat alleen aan wanneer ik een route-app gebruik, maar ik besef dat ik desondanks overal te traceren ben via mijn smartphone. Ongezien ergens komen kun je alleen als je die thuislaat en geitenpaadjes neemt, want overal hangen camera’s.

Ondertussen kan ik mij steeds beter inleven in sommige cliënten. Die cliënten die het gevoel hebben nooit echt helemaal vrij te zijn, die vinden dat we te veel over hen praten, te veel opschrijven en te veel over hen willen weten. We meestal precies waar ze zijn, en met wie. We houden in de gaten of ze wel gezond eten, beheren hun geld of kijken minstens op afstand naar hun uitgavenpatroon. We noteren gedragingen, hun gewicht, ontlasting en op afspraak nog veel meer dingen. De lijst is eindeloos.

De laatste tijd denk ik regelmatig aan Rob, een cliënt die lang zelfstandig heeft gewoond. Hij ergert zich groen en geel aan onze informatiehonger.

Hij sprak mij op een middag aan toen ik begon aan een late dienst. 

‘Ik had vanmorgen een beetje diarree, maar dat weet jij natuurlijk al lang.’

‘Nee, Rob. Ik kom net binnen.’

‘Heb je dat thuis niet gelezen? Jullie lezen dat toch allemaal ?’

Er zijn inderdaad collega’s die het prettig vinden om goed geïnformeerd aan hun dienst te beginnen. Ik ben van het team: thuis is thuis.

‘Nee, Rob. Ik lees thuis nooit rapportage.’

Hij snoof geërgerd. ‘Rapportage? Je kunt het beter spionage noemen! Jullie schrijven elke scheet op, en jullie kunnen dag en nacht alles over mij lezen. Het is hier net de Sovjet Unie.’

Ik begreep destijds wel een beetje wat zijn probleem was, echt voelen doe ik het nu pas.

Scroll to Top