Wanneer we de tweede wereldoorlog herdenken, staan we niet vaak stil bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoe verliep de oorlog eigenlijk voor hen? Er wordt ingeschat dat er in Duitsland ongeveer 750.000 mensen met een (al dan niet verstandelijke) handicap of psychiatrische aandoening zijn vermoord. Daarnaast zijn er nog ongeveer 400.000 gesteriliseerd. ‘Inferieure mensen’, in de ogen van de nazi’s. Mensen die gevoed en gekleed moesten worden niets en bijdroegen, ze waren pure ballast.

In Nederland kwam het niet zover, toch had deze groep het erg zwaar. Joodse bewoners van instellingen werden naar concentratiekampen gedeporteerd. Daar zijn hartverscheurende verhalen over opgetekend door machteloze verzorgenden die hun kwetsbare cliënten daar niet voor konden behoeden. Zorginstellingen werden ontruimd en ingepikt door de bezetter, of werden afgebroken voor de Atlantikwall. De bewoners werden naar hun familie gestuurd of verplaatst naar andere instellingen die daardoor overbevolkt raakten. Honger, schaarste, een tekort aan verzorgers en slechte hygiëne zorgden voor hoge sterftecijfers. Alleen al op de Willem Arntz Hoeve in den Dolder kwamen meer dan duizend bewoners ( psychiatrisch patiënten en verstandelijk beperkten) om door erbarmelijke omstandigheden.

Lang geleden werkte ik ergens waar dagelijks een al wat oudere cliënte minstens een uur vol verlangen bij de achterdeur op het etenskarretje wachtte. Wanneer de bakken op het aanrecht stonden moest je haar in de gaten houden, want als je even niet oplette stopte ze haar hand erin. Aan tafel schrokte ze haar eten snel naar binnen. Terwijl ze at, schermde ze met een arm haar bord af zodat niemand het van haar kon afpakken. Ze smokkelde koekjes en crackers mee naar haar kamer en de koelkast zat op slot omdat ze anders ook een voorraadje kaas en vleesbeleg aanlegde. Zoals zoveel mensen met een verstandelijke beperking kon zij niet praten. We wisten eigenlijk niets over wat haar in oorlogstijd overkomen was, daar was geen informatie over te vinden in haar dossier. Ze was destijds een meisje met een forse ontwikkelingsachterstand. Die tijd had haar gevormd, een tijd waarin ze hoogstwaarschijnlijk hongersnood had meegemaakt, een tijd die voor haar nooit helemaal voorbij was gegaan. 

Ook vandaag de dag zijn er grote zorgen over de situatie van gehandicapten in conflictgebieden. De zorg voor kwetsbare, afhankelijke mensen staat om diverse redenen erg onder druk. Daarom is het van belang om ook aan hen te denken wanneer we de oorlog herdenken.

Ik weet haar naam niet meer, maar voor mij persoonlijk is zij het gezicht van de gehandicaptenzorg in oorlogstijd, een gezicht dat meer gezien mag worden.

Scroll to Top