Het is al een dikke week rond de dertig graden en tijdens mijn late dienst kreeg ik al snel door dat niet iedereen er ontspannen bij zat.
We kunnen veel beïnvloeden in ons werk, zijn de hele dag troubleshooters voor kleine en grote problemen, we laveren en schakelen continu. Tropische temperaturen kunnen we echter niet fixen, ondanks mobiele airco’s op strategische plekken.
Tonny was al de hele dag traag en minder aanspreekbaar, hij had de hele nacht wakker gelegen. Joop had last van zijn: het-gaat-toch-zeker-niet-onweren-stress, aangewakkerd door Pieter, die iets opgevangen had over code oranje. Anja had geen eetlust, die bedacht tijdens het eten allerlei smoesjes om van tafel te mogen en Harrie… die was ronduit opstandig. Gedurende de avond waren er diverse kleine aanvaringen en korte lontjes.
Rond 20:00 was het tijd om wat te drinken. Er wordt met mate alcohol gedronken. Op de metalen serveertrolley plaatste ik flessen fris, witte wijn, flesjes bier en alcoholvrij. Iedereen stond op van de bank en nam wat te drinken naar keuze.
Terwijl ik bezig was met het uitdelen van schaaltjes met chips, kaas en worst, verloor Jip achter mij zijn zelfbeheersing.
‘Is dit het bier?’
Ik beaamde zonder om te kijken.
Er volgde een harde klap, iedereen schrok. Ik draaide me om.
‘Dit is geen echt bier! Ik moet bier hebben!’
Weer een paar harde klappen. Nu zag ik wat er gebeurde. Jip timmerde driftig met een flesje 0,0 op het blad van de trolley, het veroorzaakte een flink kabaal.
‘Ik wil alcohol, ik mág dat! Ik lust geen 0.0!´
Ik nam het flesje uit zijn hand. ‘Doe dit maar niet. Ik deel even de schaaltjes uit en zal zo een flesje voor je pakken. Er is nog genoeg bier in de koelkast.´
Jip was niet voor rede vatbaar en stormde langs mij heen, richting de voorraadruimte. Hij wilde bier en hij wilde het meteen.
Ik volgde hem, stak hem een flesje toe en zei: ’Ik vind dit eigenlijk niet zo aardig van jou, dit kan best op een andere manier.’
Hij griste het flesje uit mijn handen en maakte zich uit de voeten. De rest van avond ontweek hij mijn blik. Ik besloot het even zo te laten.
Aan het eind van mijn dienst zat hij bedrukt op de rand van zijn bed.
‘Sorry, Alida.’ Hij begon te huilen en wreef door zijn gezicht. ‘Echt, sorry hoor.’
Ik ging naast hem zitten. Voor ik het wist, hing hij tegen me aan en snikte. ‘Ik heb er écht spijt van.’
Ik gaf hem een knuffel en hij drukte een kus op mijn wang.’
‘Sorry.’
‘Het is oké, Jip.’
´Ik kon er niks aan doen.´
En toen verzuchtten we allebei: ‘Het is ook zó ontzettend warm.’
Gelukkig kon Jip hier wel om lachen en zei: ‘Ik heb soms hittestress.’
‘Dan moet je genoeg drinken.’
‘Ja, bier!’