Als contactpersonen zijn mijn vriend en ik daar altijd bij. Ik schat in dat mijn schoonzusje zich daar nu al een beetje druk over aan het maken is.

Sinds 2009 is het verplicht om voor cliënten in de gehandicaptenzorg een ondersteuningsplan op te stellen met daarin individuele wensen en behoeften van de cliënt. In het plan staan doelen om duidelijk te maken hoe er aan deze wensen en behoeften gewerkt zal worden.

Een duidelijk zorgplan zorgt voor een juiste financiering van die zorg. Allemaal heel logisch. Voor zorgkantoren en professionals.

De eerste keer dat we met mijn schoonzusje vanaf haar appartementje naar het kantoortje liep alwaar de zorgplanbespreking plaatsvond, kwamen we haar buurvrouw tegen. Die zei: ‘Zet hem op, hé? Veel geluk.’

Ik porde mijn schoonzusje speels in haar zij: ‘Je hebt toch zeker geen stress vanwege jouw eigen zorgplan bespreking?’

‘Jawel, heel erg.’

‘Hoe komt dat?’

‘Nou, gewoon.’

‘Lieverd, dat is echt niet nodig.’

‘Toch vind ik het hartstikke spannend.’

‘Het zal best meevallen, let maar op.’

Tijdens de bespreking namen we samen met de gedragsdeskundige, een afgevaardigde van dagbesteding en haar persoonlijk begeleider aan tafel het afgelopen jaar door. Alle aanwezigen probeerden mijn schoonzusje actief bij het gesprek te betrekken.

De spanning liep hoog op toen we toe waren aan het evalueren van de doelen.

Ze keek met een rood hoofd naar beneden en friemelde met de zakdoek in haar schoot. Een aantal doelen waren maar ten dele of helemaal niet behaald.

Zo had ze haar conditie het afgelopen jaar niet opgebouwd, dat kon ook niet want ze was flink ziek geweest. Ze had het omgaan met geld nog helemaal onder de knie en het was er niet van gekomen om zelfstandig naar de stad te leren fietsen.

Terwijl mijn schoonzusje worstelde met het beantwoorden van vragen, begon ik te begrijpen wat ze zo lastig vond.

We hebben allemaal kleine of grote wensen of doelen in ons leven. Maar niemand roept ons jaarlijks in een kantoortje om met een hele delegatie te kijken naar de stand van zaken. Het voelde een beetje alsof ze verantwoording af moest leggen. Alsof ze beoordeeld werd.

Het was iets waar ik nog niet eerder op die manier naar gekeken had en ik nam mezelf voor om haar een volgende keer voor te bereiden, dat het niet erg is als er dingen anders gelopen zijn, dat je doelen ook uit kan spreiden over meerdere jaren.

Na afloop vroeg ik haar hoe het met haar ging. Ze wreef met haar zakdoekje door haar gezicht.

‘Het gaat wel weer. Ik denk dat ik voor dit jaar geslaagd ben.’

Scroll to Top